Thailand is een
aantrekkelijk vakantieland met veel regionale verschillen.
Hieronder in het kort de karakteristieken van de verschillende
regio’s met een keuze uit de bezienswaardige hoogtepunten. Er is
nog veel meer te zien.
Eerst nog een
paar opmerkingen vooraf.
- Thailand is in oppervlakte
vergelijkbaar met Frankrijk. Van de noordgrens met Birma tot
de zuidgrens met Maleisië is het meer dan 2000 km. Reizen in
Thailand is relatief snel, goedkoop en gemakkelijk. Vanuit
de stranden in het zuiden is het over land ca. 12 uur naar
Bangkok en dan nog eens 10 uur naar de bergen in het noorden.
- Vroeger was het noorden het
meest populair. Nu geldt dat voor de stranden in het zuiden.
Hotelprijzen worden mede bepaald door vraag en aanbod. De
prijzen gaan in het zuiden dus omhoog en in het noorden
juist omlaag.
Bangkok is een
zeer grote stad met een omvang zoals wij die in Nederland niet
kennen. Het geschatte aantal inwoners is 10 miljoen. Amsterdam
blijft daar ver bij achter met ¾ miljoen. De drukte stoot
sommige nieuwkomers af. Die proberen zo snel mogelijk weer de
stad uit te komen, b.v. naar het veel rustiger Chiang Mai.
Anderen krijgen de smaak snel te pakken en komen er steeds weer
naar terug.
Absoluut
hoogtepunt is de Wat Phra Keo, samen met het Grand Palace. Korte
broeken en mouwloze hemden worden niet toegelaten. Op een
afstand van een kwartier lopen ligt Wat Pho, ook een bezoek
waard. Wat Arun ligt aan de overkant van de rivier. Deze is
bereikbaar met de Express Boat, een snelle busdienst te water
die u ook naar b.v. Chinatown kan brengen. Geniet van een
uitstekende buffetlunch in één van de vele goede hotels, b.v.
The Royal Princess bij Lan Luang. Dit voor een prijs lager dan
bij de Chinees thuis. Ook de weekendmarkt is een bezoek waard.
In de oude stadswijk Banglampoo ligt het trekkersparadijs rond
Khao San Road. Hier komen jonge wereldreizigers op adem, en er
is van alles te koop dat de toerist zou kunnen interesseren.
Interessant is ook een klong-tour, een boottocht over het oude
kanalenstelsel van Bangkok.
De brug over de
Kwai ligt in Kanchanaburi, bereikbaar per trein en met de
airconditioned bus die vertrekt vanaf het zuidelijke busstation.
De “dodenspoorweg” functioneert nog tot Nam Tok. Een ritje met
de trein biedt spectaculaire uitzichten over de Kwai. Kies
daarom een zitplaats aan de westkant. Kanchanaburi ligt in een
bergachtige omgeving. Beroemd zijn de Erawan watervallen. Een
kort verblijf op de Jungle Rafts, een drijvend hotel diep in de
jungle, is de moeite waard. In de weekends wordt het er wel druk
met Thais uit Bangkok.
De badplaats Hua
Hin ligt op
niet meer dan drie uur rijden vanaf het zuidelijke busstation
van Bangkok. Het strand is er goed en er zijn vele restaurantjes
die een westerse keuken bieden. Hua Hin is zowel populair bij de
Thais als bij de westerlingen die in Bangkok wonen. Ook hier
wordt het druk in weekends en op feestdagen.
De grote toeristentrekker is Phuket .
De naam wordt uitgesproken als “Poeket”. Er zijn vele mooie
stranden en prachtige hotels. Met wat moeite is ook nog wel een
betaalbaar guesthouse te vinden. Rond Phuket is het goed
zeevissen en duiken. In de omgeving zijn er bezienswaardige
eilanden.
Phuket heeft een internationaal
vliegveld zodat de reis erheen niet te veel moeite hoeft te
kosten. Het eiland herstelt zich snel van de schade door de
tsunami in december 2004. De beste tijd om het te bezoeken is
van november tot april.
Koh Samui is
een eiland ten oosten van het vasteland. Samui wordt ongeveer
uitgesproken als “Saamwie”. De beste tijd om er heen te gaan is
van mei tot oktober. Sinds er een vliegveld is aangelegd
ondergaat het grote veranderingen. Vroeger was het een paradijs
voor rugzaktoeristen, tegenwoordig kunnen ook de meer op comfort
gestelde reizigers er goed terecht. Guesthouses die zich richten
op budgetreizigers zijn er nog volop. De vliegdienst wordt
onderhouden door Bangkok Airways. De vertrekbelasting vanaf
Samui bedraagt 400 baht. Alternatief is: per trein naar Surat
Tanee en dan met de veerboot naar Koh Samui.
Pattaya is
tijdens de Vietnamoorlog uitgegroeid tot een centrum van vermaak.
Het lijkt een kruising tussen een Spaanse badplaats als Lloret
de Mar en de Amsterdamse wallen. Vooral de zuidkant van Pattaya
krioelt van bars, disco’s, massagesalons, prostituees en
travestieten. Doelgroep is de alleen reizende man. Daar komen er
dan ook veel van. Maar ook de liefhebber van golf of watersport
kan er aan zijn trekken komen. Bovendien heeft Pattaya
restaurants met allerlei nationale specialiteiten. Van dim sum
tot pizza, van Wiener Schnitzel tot Smörrebröd en inderdaad, ook
Friet van Piet is aanwezig.
Koh Chang is
een nog tamelijk onbedorven eiland met prachtige stranden en met
nog voornamelijk eenvoudige bungalows. Muggen (ook malariamuggen)
en zandvlooien zijn een factor om rekening mee te houden.
De Isan is de armste landstreek
van Thailand. Het is er warm en droog. De meeste mensen leven er
van de landbouw. Het gemiddelde inkomen is er lager dan in
andere delen van het land. Geen wonder dat veel inwoners van de
Isaan (tijdelijk) een beter bestaan zoeken in Bangkok.
De Isan is in het westen door
een bergketen gescheiden van de rest van Thailand. In het
noorden en oosten vormt de Mekong rivier de grens met Laos. In
het zuiden zijn er opnieuw bergen: de grens met Cambodja.
De taal van de
Isan lijkt op die van Laos. Een aantal imposante Khmertempels
lijken een verband te hebben met die van Angkor Wat, de beroemde
tempel in Cambodja. De Khmertempel in Phimai (niet ver van Korat)
is zeer de moeite waard en is heel wat gemakkelijker te bereiken
dan Angkor Wat.
Nu Laos zich
heeft opengesteld voor het toerisme zal de Isan meer gaan
profiteren van de inkomsten van het toerisme. Bij Nong Kai ligt
de nieuwe brug over de Mekong. Vandaar is het niet ver meer naar
Vientiane, de hoofdstad van Laos. Een visum kan bij diverse
reisbureaus in Nong Kai worden geregeld.
Nong Kai is
vanuit Bangkok gemakkelijk bereikbaar per trein (11 uur). Met de
bus duurt het 9 tot 10 uur. Wie liever vliegt komt niet verder
dan Udon Thani. Van daar is het nog 55 km per trein of bus.